Volg Eddy

onderwijsrobot eddy zegt hi

"Daar is Eddy!" lees ik op de website van Eddy de onderwijsrobot. Blijkbaar is de robot een man. Of een jongetje, want met zijn 58 centimeter heeft hij zo'n beetje de lengte van een kindje van een paar maanden oud. Waarom een jongetje… en geen meisje? Ik kijk nog eens goed naar zijn foto. Nu zie ik het, met zijn driehoeksvormige bovenlijf is hij wel echt een man. Hij heeft zelfs biceps en een stoere uitstraling. Maar los hiervan… blijkbaar zie ik hem meteen als een mens. Dat hebben zijn makers natuurlijk niet voor niets gedaan.

Eddy is gemaakt voor interactie. Waar zijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes - als ik alle robots voor het gemak even als één familie mag betitelen - vaak worden afgerekend op het product dat uit hun (robot)handen komt, werkt het bij Eddy anders. Daar gaat het vooral om het proces. En een proces laat zich wat lastiger beschrijven, meten of beoordelen dan een product. Sterker nog, ik krijg bijna medelijden met Eddy. Want hoe beoordelen we of hij zijn werk goed doet? Hoe meten we zijn opbrengst?

Gelukkig is er hoop voor Eddy. Onze hersenen zijn namelijk zo geprogrammeerd dat we maar weinig feedback nodig hebben om onze 'gesprekspartner' menselijke eigenschappen toe te kennen. Dat doen we bijvoorbeeld bij dieren. En geef toe, zie jij deze kast en dit kinderstoeltje niet ook als vriendelijke, behulpzame wezentjes?

object menselijke trekken
Pffflblbllblffrrt! (Foto: Patrick Matheeuwsen)

object menselijke trekken
O nee, nee! Niet op me gaan zitten, pas op, neeee!! (Foto: Patrick Matheeuwsen)

Eddy krijgt van de meesten van ons een eerlijke kans, om te bewijzen dat hij kwaliteiten bezit. Die liggen op het gebied van interactie, dus tweezijdige communicatie én - zoals zijn naam al doet vermoeden - toepassing hiervan in het onderwijs.

Interactie

Hoe verloopt de wisselwerking tussen ons en Eddy? Terug naar het begin, op een beurs in Londen. Erik Zagwijn en Daan Verhees, twee docenten van pabo De Kempel in Helmond, liepen daar een 'humanoïde NAO-robot' tegen het lijf. Erik: "Wat gelijk opviel, was de positieve vibe die om de robot heen hing."
Het was deze vibe, en een creatief voorstellingsvermogen van wat de robot zou kunnen betekenen voor het onderwijs, die maakten dat Erik en Daan met hun collega's besloten om de mogelijkheden te gaan onderzoeken.

Hun eerste constatering was dat interactie met de robot nog te complex was voor toepassing in het onderwijs. Daan: "De robot voerde vooral 'hardgeprogrammeerde acts' uit, die door handige programmeurs via een kabeltje in zijn geheugen werden gezet. We zagen in dat de eerste stap was: het creëren van een 'schil' om de techniek heen, die het programmeren van de robot veel laagdrempeliger maakt."

De geboorte van de maak- en gebruiksomgeving dus! Om een lang verhaal kort te maken: er ontstond een team rondom de robot, zeer gemotiveerd om hem gebruiksklaar te maken voor het (Nederlandse) onderwijs. De Rolf groep sloot aan en de route naar de klas werd uitgestippeld. De humanoïde NAO-robot werd 'Eddy'. Vanaf het begin stond vast dat de focus zou gaan liggen op het ontwikkelen van een intuïtieve en praktijkgerichte maak- en gebruiksomgeving. Met deze omgeving kunnen leerkrachten én leerlingen uit de hoogste groepen hun eigen lesactiviteiten maken voor Eddy. Dus er is interactie op twee fronten:

  • technische interactie, 'aan de achterkant'. Via Eddy's schil, kunnen gebruikers (meestal de leerkracht) hem instrueren, zodat hij weet wat hij moet doen. We helpen hem dus een handje. Dit type opbrengst is prima meetbaar en beoordeelbaar. Kort door de bocht: als wij hem duidelijk en juist instrueren, doet hij precies wat we willen. Laat dat nou precies ook het eerste zijn dat ik hoorde van een drietal groep 8'ers van de Crijnsschool in Nuenen, Maud, Fenneke en Koen: "Het leukste aan Eddy vinden we dat hij precies doet wat wij erin stoppen!" Blijkbaar werkt dat motiverend. Overigens, ik heb zelf kunnen zien hoe gemakkelijk en intuïtief de maak- en gebruiksomgeving is. Voor mensen bij wie alarmbellen afgaan bij het woord 'technisch': wees gerust. Een kind kan de was doen.
  • mens-machine-interactie, 'aan de voorkant'. Hier treffen we onze primaire doelgroep aan. In het voorbeeld van de Crijnsschool was dit een groep 4, die keek naar een vraaggesprek dat de groep 8'ers hadden voorbereid. Eddy werd aan de tand gevoeld over in hoeverre hij een carnavalsvierder is. Hoewel het antwoord hierop voor de gemiddelde zuiderling teleurstellend was ("Op de planeet waar ik vandaan kom, is carnaval saai, want we zijn allemaal verkleed als robot") was de groep 4 geboeid, en… stil. Op de één of andere manier werkt het echt, Eddy doet iets met de leerlingen. Na het vraaggesprek kon de stoom even van de ketel:

crijnsschool nuenen eddy de onderwijsrobot
Na het vraaggesprek even stoom afblazen

Toepassing in het onderwijs

Hoe beoordeel je bij een activiteit als deze de opbrengst van Eddy?
Voor de groep 8'ers, zoals gezegd, is één van de opbrengsten dat ze hebben geleerd hoe hun handelen (het programmeren) leidt tot gedrag van Eddy. In een bredere context: hoe wij als gebruikers kunnen omgaan met slimme machines, zodat ze dingen doen waar we als maatschappij beter van worden? Ik zie hier een parallel met een kwaliteit die op de arbeidsmarkt de komende decennia heel hard nodig gaat zijn: het zodanig instrueren van een slim apparaat dat de consument een optimale gebruikservaring beleeft.
En, gemotiveerd door het feit dat hun werk een uur later aan de groep 4 zou worden voorgeschoteld, hebben ze geoefend met taal en drama: het leren denken vanuit de ontvanger(tje)s.

En de groep 4, de 'consumenten'? Zij leerden om zich te concentreren, te luisteren en respect te tonen voor de groep 8'ers die iets hadden voorbereid. Maar, dat had toch ook gekund door een spreekbeurt, verhaal of tv-programma?!
Klopt… dat had ook gekund. Blijft de vraag, waarom dan werken met een robot? Erik Zagwijn: "Ik zie de robot als een onderwijsleermiddel. Net zoals een boek, of een telraam. Het is de diversiteit aan leermiddelen die het leren boeiend kan maken. Het specifieke leermiddel 'robot' heeft zijn eigen kracht. Die zit in het feit dat een robot naadloos aansluit bij het werken aan 21e-eeuwse vaardigheden (lees hierover meer op de website) en het vroeg leren omgaan met technologie die ons steeds meer omringt."

Dit voorbeeld, waarin het mes aan twee kanten snijdt, laat zien hoe Eddy als leermiddel kan functioneren en aan welke leerdoelen hij kan bijdragen. Het idee om Eddy tegelijkertijd in te zetten bij oudere en jongere leerlingen komt van Michiel Coppens, leerkracht op de Crijnsschool. "Het leuke aan deze vorm is dat de leerlingen één-op-één communiceren met de robot, leren om te plannen en goed te kijken naar wat voor effect hun acties hebben op Eddy. Ik gebruik de robot ook voor andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld geschiedenis. Ik heb een activiteit ontwikkeld waarbij leerlingen vragen van Eddy beantwoorden, door afbeeldingen aan hem te laten zien. Dat was in het begin nog best even puzzelen, om ervoor te zorgen dat de robot de afbeeldingen goed kon herkennen. Maar intussen weet ik waar ik op moet letten. Het ontwikkelen van nieuwe lesactiviteiten is soms best veel werk, zeker als je vanaf nul wilt beginnen. Daarom is het zo fijn dat je via de maak- en gebruiksomgeving activiteiten kunt uitwisselen. Het is belangrijk dat de komende jaren deze verzameling gaat groeien, zodat er meer functionaliteit komt."

Daan Verhees en Erik Zagwijn zijn het hier volledig mee eens. "In onze basistrainingen, die leerkrachten volgen na de aanschaf van Eddy, proberen wij te sturen op didaktische diversiteit. Leerkrachten vinden het leuk om hun creativiteit in te zetten voor nieuwe lesactiviteiten. We horen wel eens dat ze het lastig vinden om hun hoofd én agenda leeg te maken om daar voor te gaan zitten. Hun drukke baan vergt vaak al hun aandacht. Ons doel is om ze te laten zien dat slimme keuzes maken, niet alles 'moet', uiteindelijk tijdwinst oplevert. We prikkelen en enthousiasmeren ze, en genieten ervan als we ze zien glunderen na het maken van hun eerste lesactiviteit. Wij faciliteren, door te zorgen dat de maak- en gebruiksomgeving perfect aansluit op de wensen vanuit de praktijk. Het zijn de leerkrachten die ervoor zorgen dat het aanbod van lesactiviteiten groter en groter wordt. Zij tonen durf door out of the box te denken als het gaat om nieuwe didaktische vormen. Neem nou de leerkracht die een groepje van drie leerlingen, die voor lopen op de rest van de groep, een opdracht geeft om in een andere ruimte met Eddy aan de slag te gaan. Dat vraagt om lef, loslaten en vertrouwen in het product. Wij juichen dat toe. Ons doel is om Eddy en zijn omgeving zo robuust te maken dat dat moet kunnen."

Vergeleken met een boek, telraam of een tablet, heeft een robot nog een extra waarde. In een les kan de robot een positie innemen van 'derde partij', naast de leerkracht en de leerlingen. Dit creëert een afstand die waardevol kan zijn. Een voorbeeld. Eddy kan emoties tonen, door middel van zijn houding en beweging. Stel je voor, Eddy is verdrietig. Hij zegt dat hij zich alleen voelt omdat hij de enige robot is in de school en hij geen vriendjes heeft om mee te spelen. Daarbij neemt hij een wat ineengedoken houding aan en slaat zijn ogen neer. De leerkracht haakt hierop in, door een gesprek te starten over hoe het voelt om eenzaam te zijn en hoe je dat bij andere kindjes kunt zien. Door deze setting, met Eddy, is het onderwerp tastbaar en gemakkelijker bespreekbaar.

Dit brengt mij bij de rol van de leerkracht. Hun didaktisch inzicht, mensenkennis, intuïtie en vooral liefde voor hun vak én de leerlingen zijn onvervangbaar. Dus ook niet door Eddy. Of de opvolger van Eddy. Oké… in de verdere toekomst zullen er misschien robots zijn die onze intelligentie evenaren. Maar of dat ook zal gebeuren met onze sociale intelligentie, vraag ik me af. Of die generatie robots kan optreden als een goede docent lijkt me in ieder geval niet iets om ons nu zorgen over te maken. Want als het zover komt, is er iets heel anders aan de hand: deze robots kunnen wapens maken die wij mensen niet doorgronden, ze zouden ons op politiek en financieel gebied steeds een stap voor zijn en doemdenkers verwachten zelfs dat ze ons het leven behoorlijk zuur kunnen gaan maken. Voor mij reden te meer om te stellen: gedegen onderwijs over technologische en ethische aspecten van robotica is essentieel om de opkomst van robots in goede banen te leiden. En bij gedegen onderwijs horen didaktisch inzicht, mensenkennis, intuïtie en vooral liefde voor het vak én de leerlingen van een leerkracht van vlees en bloed.

Eén ding staat voor mij vast: medelijden hebben met Eddy, omdat hij een lastige en moeilijk meetbare taak heeft, is absoluut niet nodig. Door zijn warme nest van ontwikkelaars en trainers die hem opvoeden, door de enthousiaste en deskundige leerkrachten die hem in cognitief opzicht laten groeien én door de kinderen, die hem omringen en van hem leren, is hij volgens mij een gelukkig mannetje. Een mannetje, dat onderdeel is van een spannend creatief didaktisch experiment. Een mannetje dat (nog) geen massaconsumptiegoed is, maar eerder een proof of concept in wording. En een mannetje met een mooie toekomst. Want, om toch te eindigen in technische termen - Eddy is en blijft een robot - zoals Erik het verwoordt: "Er is pas een klein deel van zijn mogelijkheden ontsloten, er is nog veel meer mogelijk!"

Stefan van Delft, 15 maart 2017

Stefan van Delft is van oorsprong docent natuur- en scheikunde. Hij heeft 13 jaar gewerkt op het raakvlak van communicatie en techniek. Nu heeft hij zijn eigen bureau, Pittige Pixels, waarin hij copywriting, webdesign en grafisch design met elkaar verbindt.